Afval uit de cacao-teelt levert waardevol product op
Dat er bij de teelt van cacao enorm veel organisch afval vrij komt, is onbekend bij de meeste liefhebbers van chocolade. Slechts 10 procent van de cacao vruchten wordt gebruikt. Toch valt er uit de rest wel degelijk waarde te halen, bleek uit een project van Partners for Innovation. Projectleider Peter Karsch legt uit.
Waar ging dit project precies over?
Het project was erop gericht om de cacao waardeketen in Ivoorkust te verbeteren. Dit door te kijken hoe boeren meer kunnen verdienen, niet alleen door de verkoop van de cacaobonen, maar ook door het verkopen van de schillen: lege cacaovruchten. Elke ton cacaobonen levert namelijk een reststroom van ca. 10 ton lege cacaovruchten op. Die schillen worden vervolgens ingezet als bodemverbeteraar en zorgen zo voor aanvullend inkomen en een besparing op uitgaven aan kunstmest.
Tot nu toe worden die ‘lege’ vruchten gewoon op het land achter gelaten, wat een erg negatief effect op het milieu heeft. Dit organische afval stoot namelijk methaan uit. Eerder berekenden we al dat de uitstoot van broeikasgassen door de cacaoteelt in Ivoorkust qua omvang te vergelijken is met anderhalf keer de jaarlijkse CO2 uitstoot van Tata Steel in Nederland, de grootste uitstoter van broeikasgassen in Nederland.
Het verwijderen van deze lege cacaovruchten levert dus een enorme milieuwinst op, die nog versterkt wordt als je deze reststroom nuttig kan inzetten. Daarnaast draagt het bij aan de inkomens van cacaoboeren: op dit moment verdient slechts 1 op de 4 boeren een ‘leefbaar loon’ met cacaoteelt. TNO heeft een geavanceerde techniek (‘Enerchar’) ontwikkeld waarmee deze lege omhulsels kunnen worden omgezet in biochar en schone energie.
Wat is biochar eigenlijk?
Biochar is een stof die veel weg heeft van houtskool en die zowel CO2 langdurig opslaat, alsook voor een vruchtbare bodem kan zorgen waarin water beter wordt vastgehouden. Ten opzichte van bestaande technieken om biochar te produceren heeft de Enerchar technologie het grote voordeel dat er nauwelijks broeikasgassen en andere schadelijke stoffen vrijkomen tijdens het proces, en dat er tegelijkertijd energie wordt opgewekt, waardoor de klimaatimpact nog verder wordt verbeterd.
Zijn de tests gelukt?
Die tests zijn goed gelukt. Er zijn samples van deze lege cacaovruchten vanuit Ivoorkust naar Nederland gebracht om hier in een laboratorium van TNO de omzetting naar biochar te doen. Dit gebeurt door pyrolyse (‘verbranden’ op hoge temperatuur in een zuurstofarme omgeving). De vruchten verbranden daardoor niet, maar krijgen wel de zwarte, houtskool achtige structuur. De kwaliteit van de geproduceerde biochar bleek uitstekend te zijn en schadelijke emissies verwaarloosbaar klein.
Er wordt toch al biochar gemaakt in verschillende landen?
Dat klopt, daar zijn verschillende technieken voor. Je kan het ook in een kuil in de grond of in een eenvoudige ketel (de zg. kon-tiki kiln) produceren, echter bij de eerste discussie met TNO over het project gaven zij al aan dat het op die manier onmogelijk is om een positieve klimaatimpact te behalen. Met het TNO-proces kan zeer hoge kwaliteit biochar worden geproduceerd, die de koolstof gegarandeerd langdurig vastlegt (meer dan 100 jaar). Daardoor kan je er ook koolstof certificaten (carbon credits) voor krijgen, die weer waarde hebben. Dit draagt bij aan het ontwikkelen van een haalbare business case voor deze technologie.
Hoe kunnen die hogere inkomsten voor cacao boeren nu realiteit worden?
In principe is dit project, dat we uitvoerden samen met TNO, LONO, ETG Beyond Beans en Imset en werd gefinancierd door een subsidie van RVO (Small Business Innovation Research of SBIR) afgerond. Het doel was om aan te tonen dat hier een business case voor te maken valt en dat de biochar die uit cacaovruchten gemaakt kan worden met het Enerchar proces van hoge kwaliteit is. Hoewel het een vrij vochtige biomassa is, is dat bijzonder goed gelukt. Daarmee is de hoofdvraag van dit project beantwoord. We zijn met dezelfde partners aan het bekijken of er een vervolgproject mogelijk is, waarbij er daadwerkelijk een biochar productie-installatie in Ivoorkust kan worden gebouwd. Dat vereist een flinke investering, vandaar dat we eerst in kaart brengen waar die investering vandaan kan komen. Tevens willen we de afzet van biochar en energie zeker stellen.
Meer weten?
Neem contact
met ons op!